25 november, 15 jaar of langer geleden.

Het was juist mijn verjaardagsfeestje geweest en het was leuk geweest. De schat van de muzikale doos zat vol rode plakkerige lekstokken, en ik had cadeautjes, man wat had ik veel cadeautjes. Languit uitgestrekt over ons tapijt lag ik met het topje van mijn tong uit mijn mond mijn nieuwe Flintstones-puzzel te leggen. Rechttegenover mij zat zus nog half verkleed mijn andere cadeautjes te begapen. De hele middag waren we binnen gebleven, en hadden we onze kamer vol doeken gehangen om een spookhuis te maken, want het was te koud buiten. Het had zelfs gesneeuwd – sneeuw die bleef liggen bijgod. De vorige dag had ik in plaats van een sneeuwman te maken (ik kon er de hoogste bol toch nooit opkrijgen) dan maar een sneeuwhond gemaakt. En ik was best trots op mezelf voor die uitvinding – een sneeuwhond, in sneeuw! Wow.

Maar mama stond achter het fornuis soep te koken en riep dat we toch maar even buiten moesten gaan, om wat frisse lucht op te doen. Weinig zin om ons te be-oorwarmeren, besjaalen en behandschoenen en hevig protest mocht niet baten, we kregen een lek niveacrème op ons gezicht en hup de koude in. Onze tenen werden algauw ijsklompen maar dat mocht de pret niet bederven. Papa had de vorige avond alle sneeuw van het plankier geveegd en had er emmers water opgegoten, zodat wij een gi-gan-tische privé-schaatspiste hadden. En gleden dat we deden- niet te doen.

Enkele jaren later – bijna kerstvakantie.

Het was koud, ijskoud. De Oude Leie lag helemaal toegevroren en van heinde en verre kwam men naar ons dorp afgezakt om en plein air op de Leie te schaatsen. Het was zo koud dat zelfs de nieuwe Leie een dag toelag – en enkele onverlaten op het idee kwamen om daarop te ijshockeyen en daar waar de rioolbuizen in de Leie uitmondden door het ijs zakten en dan maar in nat-koude kleren naar huis mochten fietsen. Het was zo koud dat de elfstedentocht doorging, en wanneer we niet op het ijs stonden dan zaten we ons voor de tv te vergapen op de volksgekte die zo’n tocht met zich meebrengt. En we supporterden voor den Belg, want er zat een goede Belg bij, indertijd. Iedereen van ons gezin werd voorzien van schaatsen uit de kringwinkel, of afdankertjes van buren. En ik geloof dat ik de hele vakantie niet anders gedaan heb dan geschaatst en mijn tenen in warm water steken en geschaatst en mijn vingers in het warm water steken tot alles begon te tintelen en te ontdooien.

En nu is het acht december, is Sinterklaas al weer twee dagen naar Spanje verbannen, is het bijna kerstmis en ik zeg u: het is niet eens koud! Ik moet nog niet eens het vuurtje op mijn kamer aansteken als ik zit te typen. Het is zelfs nog niet nodig geweest om mijn dikke wolle kousen boven te halen. Mijn lippen zijn nog niet gesprongen. Mijn neus loopt nog niet. Het nat haar dat onder mijn muts vandaan piepte is nog nooit bevroren geweest, zodat ik het kon afkraken. Ik heb nog geen sneeuwbal gegooid!

Allezjong- ik wil winter.

Dá wil ik:

da-wil-ik.jpg

Advertenties