Des ochtends vroeg om tien voor acht op een koud en winderig station tussen massa’s volk staan wachten is op zich al geen prettig begin van de dag. Als die trein waarop je tenenroffelend staat te wachten dan nog eens tien minuten vertraging blijkt te hebben, je daar maar kou staat te krijgen en enkele middelbareschoolvriendjes uw ochtendgezicht- en humeur probeert te doen vermijden, ge uiteindelijk de trein in wordt gedrumd, vlug probeert nog een zitplaatsje te bemachtigen, een hels gezucht krijgt als je in de trein op één van de zitbanken van, euhja, twee probeert te kruipen waar de ander zopas zijn gerief met veel tralala heeft neergepoot, een rol-met-je-ogen-move van jawelste krijgt van de metalhead rechttegenover u, ge daar dan nog eens bij optelt dat wegens overvolle ‘tussencoupés’ de helft de gangen in schoof en er eentje daarvan constant, echtja, constant met haar elleboog tegen mijn hoofd zat en ik als een mongooltje probeerde tegengewicht te geven aan die elleboog, opdat ze toch zo merken dat er daar een hoofd naast zat, daar jammerlijk niet in slaagde, mocht meegenieten van het gebrul die dezelfde metalhead uit zijn mp3oortjes liet schallen, bij het bereiken van Sint-Pieters zowat de trein werd uitgedúwd terwijl de wachtende massa buiten de trein niet kon verhullen ongelooflijk veel haast te hebben en ik bijna gelyncht de trappen van het station afliep, nog eens nijdig werd omdat iedereen het buitenste reclameblad van de metro had afgescheurd en in de vuilbak maar vooral daarrond had rondgestrooid, wat bovendien nog eens een vreselijke papierverspilling is en base die centjes beter op mijn prepaidkaart zou storten wegens afzetterij bij iedere verbinding die ik maak (25 cent mijn jongens, dat is tien frank!), je je fiets gaat halen die je eerst niet terug blijkt te vinden, vreest dat hij in die anderhalve week dat je hem niet hebt gebruikt net als 3 voorgaande fietsen gepikt is (waarvan gelukkig 1 teruggevonden), hem uiteindelijk ergens helemaal achteraan en middenin weet te onderscheiden, blijgezind je sleuteltje bovenhaalt en dan zien dat een andere oelewapper zijn fiets vlak naast de jouwe heeft neergepoot, maar nog beter, zijn petieterig klein slot heeft vastgemaakt, ook een stuk rondom JOUW fiets waardoor je hem niet meer wegkrijgt, je daar tien minuten staat te verspillen om dat slot centimeter per centimeter en met veel gewring over jouw zadel te krijgen, dan nog eens vijf minuten sukkelt om de bevrijdde fiets er langs de vóórkant uit te halen, dat natuurlijk niet lukt en je hem dan maar helemaal boven de fietsenrekken moet uittillen om er nog vlug vlug op te springen richting les, onderwijl nog overwegend een briefke achter te laten onder de sukkels’ bel, bijna omver wordt getoeterd in de kortrijksepoortstraat,  moet remmen terwijl je geen remmen hebt maar gezegend zijt met een torpedo, ge weet wel zo’ n achteruit-trap-rem-fiets, die al eens niet durven functioneren, je van miserie in de tramsporen vastsukkelt en dan al remmend met je voeten tot stilstand komt om toch maar te proberen niet boven dat stuur weg te vliegen, je voorband uit de tramsporen heft terwijl je opeens het tramgetingel achter u hoort, je vlug probeert je fiets langs de kant te krijgen maar de auto’s daar zo dicht staan dat je er niet tussen geraakt, uiteindelijk toch nog het begin van de veldstraat bereikt, schoon wilt oversteken op het zebrapad terwijl een BMW aan 80 per uur uw zebrarechten in de wind slaat, je uiteindelijk heelhuids en opgefokt as hell uw auditorium bereikt, blijkt dat uw prof een kwartier later gaat zijn en al dat opjagen nergens voor nodig was. Ge dan rustig wordt van naar de slides te kijken en geheel groggy buiten loopt, een mandarientje pelt en blij zijt dat het vrijdag is.

Advertenties