t Is fris buiten, koud zelfs, en ’t ruikt (heel soms ) naar stront, en wat doet een mens dan? Binnenblijven, achter de computer. Typend. Typisch.
Maar soms moet een mens zich ook eens ontspannen. En buiten is het te koud, dus wat doet ge dan? Lemmings spelen! (Sinds ik de zeurpagina ontdekt heb die mij de moeilijkste ‘tricky’ levels van Lemmings doen uitspelen ben ik er úren mee zoet). Ben ik eigenlijk de enige die zo die-hardfan is van al die ‘oude’ (DOS)-spellekes? Ziehier: de tien spellekes uit mijn jeugd.

k denk dat wij thuis als een van de eersten een computer hadden mèt kleurenscherm (die vorige, dat had enkel DOS en enkel oranje lettertjes. M.a.w je kon er bijna enkel mee typen.) Maar wij zaagden tot we onze kleurencomputer kregen (en ik kreeg zaging terug omdat ik er magneetjes op kleefde). Met Windows 3.11. Wat uitermate wijs was, want ge kon daar mijnenveger en patience op spelen, en bovendien had het het o zo leuke paint waar we ons urenlang zoet mee hielden.
Maar op die computer dus, die nu reeds lang dood en begraven is, waren we nog meer uren zoet met de échte spelletjes. Spelletjes gelijk Cosmos: dat groene peetje met zijn zuignappen was zonder twijfel mijn favoriet. Op de voet gevolgd door Duke Nukem (gelijk wij zeiden: dukkenukke! En ge moet nu eens kijken wat voor scharminkel ze daar van gemaakt hebben….). Ik was ook altijd de eerste die álle levels kon uitspelen. En dan was het tijdens het eten stoefen tegen elkaar op van: ‘ik zit al in level vier!’.
Of wat dacht u van Wolfenstein 3D, waar we een beetje de Duitsers omver gingen gaan knallen. En voor ieder stukje muur gaan ‘spatiebarren’ want er zat altijd een potentiële geheime gang achter (dan moest ge eigenlijk vooral de muren mèt de vlaggen proberen). En dan op het einde: de finale. Met die megadikke (over-Arische) mof en dat muziekje dat u hyperzenuwachtig maakte en een halve hartverlamming bezorgde als ge zag hoe rap je aftakelde, en gij dan maar enteren om hem rapper dood te schieten dan hij u.
En wat dacht u van Keen? Keen One, (met zijn dodelijk groene monster(kes)) Commander Keen, etc. Ik was vooral fan van zijn springbal (die echter bij momenten uitermate irritant kon zijn) en zijn ‘apogee’ (pas vijf jaar daarna wist ik dat dat een springstok was, in feite), en bang voor de dodelijke slakkenurine. Leuk extraatje bij de ‘keens’: hun paddle war. Toen gingen we ook nog anderen hun spelletjes gaan kopiëren. Vooral Prince (of Persia), met van die uiterst gevaarlijke doorzaag-dingen waar ge door moest lopen om uw levensdrankjes op te drinken. Mijn hartje, èn de prins, bloedde als hij dood ging. Broer had het meer voor Doom, want “Prince was voor wijven”. En zijn ‘blijf van Doom af’-waarschuwing dat dat in Amerika verboden was wegens te gewelddadig verhinderde ook wel effectief dat ik dat spel durfde spelen. Om niet onder te doen schakelde ik dan maar over tot ‘Mortal Kombat’. Dat kon ik eigenlijk totaal niet spelen, want het onthouden van al die toetsen met hun speciale effecten was net iets te moeilijk. Ik loste dat eenvoudig op door gewoonweg willekeurig op het toetsenbord te beuken (de spatiebar heeft het mij nooit vergeven). Die vrouwen waren dan wel super schaars gekleed en zo, maar wel zodanig heldhaftig dat zij mijn rolmodellen avant-la-lettre werden.
En om dan tenslotte te eindigen bij Gran prix, en Lotus. dat ge met twee kon spelen op de Z-Q-S-D-X letterkes. (Ge moet turbo geven!!! Waar zit da??!!!). En niet te vergeten, pinballwedstrijden tegen elkaar.

En dan kwam later GTA, en heb ik het spelletjes spelen opgegeven.. (hoewel Need for Speed nog steeds te pruimen valt).

Advertenties