“Ge zijt gij van Gent zeker?”

Vorig jaar, toen ik nog nieuw en onbezonnen en als volkomen groentje door de onbekende Leuvense straten en faculteiten liep was dat de vraag bij uitstek waarop iedereen een antwoord moest hebben om zijn oordeel over mij te vellen en mij af te schieten of juist niet. En ook ik liet mij door die dialecten verleiden, ving ik een stukje wijs , vree, lijk en enal op, dan ging ik daarrond staan om mijn koffie op te drinken en mijn eigen dialect te claimen, want die van Gent, die kende ik al, en die waren wijs. Fameuze kliekvorming op basis van regionale identiteit, oja.. , wist ik veel dat er nog zoveel bijna-Gentenaars in Leuven vertoefden?

Maar ons vier man tellend Gentgroepje kreeg het subtiel edoch zwaar te verduren. Die van Gent zouden meer alternatief zijn, egotrippers ook, en steevast vergelijkingen maken om tot het resultaat te komen (hetzij bewezen met statistieken of met BV’s) dat hun unief toch beter is. Bovendien zou Gent volgepropt zijn met West-Vlamingen (Pardón? En Leuven niet of wat?). En dat terwijl we alvorens te veranderen gewaarschuwd werden door ons mede-Gentenaars in nood dat die in Leuven tjeezen zijn, dikkenekken ook, marginaal met hun fakbargedoe, en Leuven zelf een ongelooflijk afgelekt provinciestadje.

Toen ik dus twee jaar geleden de mensheid meedeelde dat ik Gent ging verlaten om in Leuven te gaan verderstuderen (jaha, dat was van moeten enzo, van richtingen die ik wou volgen en die niet bestonden in Gent) verstond zich daar welhaast niemand aan. Meelijdende blikken en meelevende kreten werden mijn deel. Hoe dat nu toch kon, veranderen van Gent naar Leuven: dat was de omgekeerde wereld. En ook ik vond dat in’t begin, wie wou er nu weg uit Gent? Ik kende de favoriete hang-outs van de studenten in Gent, leefde er zelf een jaar op kot niettegenstaande ’t maar twaalf minuutjes sporen was. Gent was mijn stad. Dus ge kunt u de twijfel inbeelden: .. moest ik Leuven nu tof vinden of niet? In den beginne trok het volk aldaar op niets (of ik kende er toen gewoon nog niemand?). Er was geen zak te beleven (of wist ik gewoon nog niet waar?). De mensen waren marginaal (of moest ik mij gewoon aanpassen aan hun dialect? 🙂 ) En toen ik vanuit Spanje naar huis moest keren en het enorme stationsplein voor mij uitgestrekt grijs lag te wezen wist ik wel zeker dat Leuven niets voor mij was. Nu, een dik jaar later, begin ik me er zowaar goed te voelen. Te fluiten door de straten en mensen tegenkomen die je kent, weten welke caféetjes er dik ok zijn, weten waarnaartoe op een zonnige namiddag. Ik begin de straatnamen te kennen. Heb de kruidtuin zien liggen en drie miniparkjes bij ontdekt. Gezien dat Leuven meer is dan enkel de twee kilometer in rechte lijn tussen mijn kot, mijn faculteit en ’t station. En dan net nu stelt zich de vraag: waar moet ik in godsnaam volgend jaar weer gaan verderstuderen? Misschien kan ik Brussel maar eens proberen, kwestie van vergelijkingen te kunnen maken enal..

Maar anyhow, ik vind het nog altijd raar als ik zeg dat ik ‘da lijk nie heb gezien’ en er nog een of andere onverlaat durft te informeren over welk lijk het deze keer weer gaat..

Advertenties