Vanavond was het: … tussen de portoglazen door lessen leren aan een ander, die je eigenlijk zelf nooit geleerd had. En waarover je dan ook amper spreken kon. Maar wat zou het, het was wat hij horen wou.

Hij zei dat hij niet boos was. En of hij boos was. En of hij boos moest zijn. Dat zij dan weer niet jaloers is, en of ze jaloers is? Ze heeft geen reden. Ze weet nooit wat ze wil. Hij heeft het grootste gelijk van de hele oude Markt, maar eigenlijk wil hij haar alleen voor zichzelf. En wel op het moment dat ze uit zijn ogen en zijn leven verdwijnt. Om een grens te trekken zegt ze, anders krabt hij haar zo de ogen uit. Door haar is hij ’s nachts wakker. Wat zou het dat zíj wakker is. Als zij niet op het toneel was verschenen dan zat hij vast nu in en stoel in slaap te vallen of op de veranda voor zich uit te staren. Maar ze is er, en ze verdwijnt maar niet. Alleen door haar is dat wat bijna donker was weer opgeflakkerd bij hem. Hem mag ik graag. Maar haar helemaal niet.

Advertenties