Ik weet niet of ik iets gemist heb door er gisteren niet bij te zijn (eerlijk, het interesseerde me vooraf geen reet, maar nu moet ik toch ergens wel toegeven dat ik graag eens een paar mensen gezien had, gewoon om eens een kop te zien achter al dat geschrijf..). Desalniettemin, vuur was niet de enige die gisterenavond een paar beentje gestrekt heeft, gisteren was er namelijk boombal voor ’t goei doel in het verre Tielt, jaja, in de West-Vlaanders. En daar ik vorige keer wegens moody blues geen zin had om boombalgewijs mijn benen te laten zwaaien heb ik gisteren maar mijn schade ingehaald. En gedanst, met oud, met jong, met groot, met klein, met zweterigen en niet-zweterigen, met snelle en minder snelle, blotevoeterigen en bottienerigen, met mensen die u al eens drie keer laten ronddraaien alvorens te verwisselen. Enfin, met een hele hoop dus. Desalniettemin, tussen een jig en een scottish door kreeg ik plotsklaps in de gaten wat voor schoons daar allemaal niet live muziek zat te spelen, beter gezegd en meerbepaald, wie daar de zielen uit zijn lijf zat te saxofoneren, vanvoor op dat podium. Hij had een muts op, en speelde met een bezieling die ik in geen tijden meer gezien had. (Het feit dat ik het woord ‘bezieling’ al gebruikt, en ik dat bij mijn weten nog nooit uit mijn mond heb laten vallen, tot gisterenavond, wilt al wat zeggen.) Wow, dacht ik.

Wow, zo dachten ook mijn compagnons erover. Maar alas, wij zijn een beetje van een mietjes, en wisten met al onze wowgevoelens helemaal geen raad. Ware het nu niet dat ik enkele weken geleden voor mezelf afgezworen had een mietje te zijn en een mietje te blijven. Dus toen ik hem een half uur later in de zaal zag staan, omgeven door een stuk of vijf jongedames en ook wel enkele heren, ben ik hem maar ten dans gaan vragen. En hij stemde dan nog eens in ook, imagine. Maar heyt, ik ben wel een endeke trots op mezelf. ík ben het per slot van rekening wel (lees: meisje met groupiegevoel ‘hij is bijna een god!’ en former mietje) gaan vragen terwijl ik die dans eigenlijk niet eens kon (wat dan weer het perfecte excuus was: ik ken die niet, wilde gij mij dat leren?). En feirlijk was die bourree ook niet zo simpel, daar ik ook helemaal geen boombal-ancien ben. Maar nogmaals, ik ben het dus maar schoon gaan vragen, was ik zo bescheiden niet, ik stak mijn vestje vol pluimen voor mezelf. Wel hey, de bourree was dus nog maar net gedaan en ik was zo high van mezelf opdat ik zo flink geweest was, dat ik dus toch niet zomaar dankjewel kon zeggen en weglopen. Dus begon ik maar wat te praten, of iets dat daar op moest lijken. Nietszeggend en volstrekt nutteloze praat. Tot ik over zijn lange vingers begon (ja-ha, ik begon over zijn lange vingers, kan een mens nog dommere dingen zeggen?), en hij (crowd goes wild) zijn hand tegen de mijne drukte, in mijn ogen keek en zei: “jij hebt dan wel kleinere vingers, maar wel heel schone handen”. Oh my. Hij is dus óók een beetje raar. En dan was ik weg. Zonder iets meer te zeggen. En hij ook. En ik weet geeneens zijn naam.

Maar zonder dat mutske was de magie der eigenlijk ook wel een stukske van. Men zegge het niet voort.

mutske.jpg

Advertenties