Zo één keer in het jaar gaan we gaan eten, met een hele hoop mensen uit het middelbaar. En gisteren, toen was íéderéén die uitgenodigd was er zelfs (er was er eigenlijk zelfs één te veel, maar ach kom). Desalniettemin, het is steeds gezellig, zelfs in de auto ernaartoe al gelachen. Met tuiten, zoiets. Altijd leuk de anderen nog eens te horen en te zien. En vooral dan te zien dat iedereen toch maar schoon zijn eigen weg gaat. Zichzelf blijft maar toch verandert. En dat ondanks dat we elkaar zoveel niet meer zien het toch steeds weer best wel leuk en verrassend, soms zelfs hilarisch – emotioneel en ontdekkend wordt.

En volgende week heb ik er weer zo eentje, dan wel met enkele ex-klasgenoten. Eigenlijk steeds wat dubbel: langs de ene kant ervaart ge dat hen die vroeger iedere dag met u over de speelkoer hotsten, en waar ge zo evident een band mee had gewoon omdat ge elkaar elke dag zág nu amper nog hoort. Maar dat dat wat ge toen had toch ook nog steeds wel ergens blijft hangen. En dat ge toen eigenlijk ook nog dat gevoel kon hebben bij mensen waarvan je zeker wist dat hij/zij nooit de vriend van je leven kon worden. Het leek toen ook zoveel simpeler, je praatte, lachte, telefoneerde en bestempelde iedereen die je pas leerde kennen na een week of wat al ‘beste vriend/in’, ook al wist ge toen ergens ook wel dat het daarvoor niet diep genoeg zat. En wist ge dat dat wel ging verwateren en zat ge zo af en toe eens des avonds daar stillekes aan te denken. Wat een tijd. Leuk en toch weer niet. Maar dan kwam het vijfde, en dan het zesde, en daar leerde je mensen kennen bij wie het echt wel meer dan ok zat, en die ge wou blijven zien, en hen dat ook zei. Vanuit de grond van uw hartje enzo, dat ge toch ‘als we op den unief zitten’ contact ging blijven houden, en dat dan zelfs wou ondertekenen in contracten en het elkaar bezwoer in kaartjes en brieven. En nu zit ge nog steeds bij enkelen van die laatste mensen, kent ge die door en door, of hoopt dat toch want that’s where friends are for, voor u te vertellen over elk pijntje, kwaaltje of vreugdetje, en gij uzelf dan goed voelt omdat ze dat juist tegen u wel zeggen en tegen anderen niet. Dan ziet ge toch wel dat die mensen bij wie het dan wel diep zat, zich beperken tot enkele hele goede vrienden. En ge zijt daar content voor, ook al wil je soms wat meer terug naar toen, toen je met iedereen en eigenlijk niemand in het bijzonder goed overeen kwam. En daar zijn dan die exklasgenoten en half/half vriend/vriendinnetjes en vooral miniklasreünies goed voor.

En eigenlijk, hoezeer wist ge in die tijd eigenlijk van niets af. En dat naïeve speelde u toen ook totaal geen parten. Hoewel het u achteraf gezien ook wel daagde dat ge daar toch een serieus braaf dezeke waart geweest. En er andere waren die dat ook vonden over zichzelf. Brave dezekes die drie jaar later over die middelbareschooltijd tot de conclusie kwamen dat we nooit eens ècht goed zot gedaan hadden, en waarom niet?! En dan maar besloten diezelfde avond nog eens iets goed zot-stoer te doen. En dan nadat dat gebeurd was een hele avond zaten te denken over ‘wat als’ het zou uitkomen, en dan maar toch weer besloten om brave dezekes te blijven, omdat ge nu eenmaal toch gezien had dat zotstoer doen leuk is maar ge u achteraf toch schuldig voelt.

Aach ah. We moeten nog eens op het dak van de kapel gaan lopen ofzo, of eens kakken op de speelkoer. Een dikke foert aan alles wat toen niet mocht maar ge wel wou doen, en nu wel zou doen omdat ze u toch niets meer maken kunnen. Maar anderzijds dan wel weer oud en wijs genoeg zijt om het toch maar niet te doen.

En tot zover mijn meest onsamenhangende post ooit.

Advertenties