L. had mij geleerd hoe ik mijnenveger moest spelen. Niet goed, nu zit ik dat al drie dagen urenlang onafgebroken te doen. Start ik zelf ’s avonds als ik terugkom van weggeweest te zijn nog eventjes die laptop op, om nog een kwartiertje (een half uurtje, drie kwartiertjes..) te spelen. (” ‘k ga het echt maar één keer doen!” wordt algauw “nog vijf keer en ik stop”… en dan nog). En eerlijk, op zich is mijnenveger al een verbetering. Dan moet ge nog eens nadenken enzo. Hiervoor was het eerst Patience, daarna Spider Solitaire, daarna FreeCell en nog het meest van al een potje Snake op de GSM om de tien minuten, tot ik op zijn minst meer dan 1000 punten had want voor minder ging ik niet (en dan dat vooral tijdens de examens… wie verslaat mijn record van 1961 ptn?) . Snake begod, dat was dan: “als ik dat alineaatje leer dan moogt ge snaken!”. Maar nu, mijnenveger: zo addicted dat ik ’s avonds alvorens in slaap te vallen allemaal blauwe eentjes, groene tweetjes, oranje drietjes, blauwe viertjes en af en toe eens een bordeaux vijf zie verschijnen. Dan weet ik dat er iets fout zit. Dat ik moet afkicken. Dat ik moet opletten om geen Amerikaans – uitziende vrouw te worden die hele dagen tussen de hamburgers en frieten door, wegens gebrek aan vrienden en sociaal leven, op haar eentje achter de computer, al mijnenvegerspelend, dik zit te worden. Maar ik kan het niet over mijn hart krijgen al die heerlijk-nutteloze-stomme spelletjes onverbiddelijk van mijn computer te zwieren.

Wete, ik kan daar allemaal niets niet aan doen, ’t is die thesis, en dan vooral dat wit onbeschreven word-document voor uw neus en die dikke (Spaanse!) boeken en artikels op uw bureau, voor u..

En dat he, terwijl ik eigenlijk hopen andere dingen te doen heb. En die dan niet doe.

Advertenties