Sven had nog maar net zijn nieuwe boxen op maximale capaciteit gedemonstreerd aan het aanwezige jobstudentenpubliek. Aangemoedigd door onze ‘Allez Sven!’ mochten wij aanschouwen dat jumpen ‘in’ was en hakken ‘uit’, natuurlijk vergezeld van een passend en aangenaam muziekje. Ik zat op een steen en trilde gezellig mee. Sven glimlachte, zette zijn petje nog wat schever, gaf er bij wijze van afscheid van langs onderen een tik op en zette zich klaar achter het stuur van zijn getuned autootje. “Allez, k zen den bos in e mensen” grijnsde hij ons – nog nagenietend van al de aandacht die hij gekregen had- toe, waarop hij het portier met een ‘ik hoop dat iedereen mij gehoord heeft’-smak toesloeg, de auto in achteruit zette en wachtte op gezwaai van onzer kant. Gesterkt door onze glimlach reed hij van de oprit af. Desalniettemin werd het snel duidelijk dat het in-rechte-lijn-achteruit rijden nu niet bepaald het beste maneuver onzer Sven was. Maar Sven is hip en een echte kerel, die er niet aan zou durven denken om voor het verzamelde publiek eventjes vooruit te rijden om beter recht achteruit te kunnen rijden. Neen, Sven manoevreerde, en kwam vergezeld van passend gekraak der stenen en takken aan dertig per uur tussen de struiken aan de zijkant van de oprit terecht. Het hoongelach was verschrikkelijk en de plaatsvervangende schaamte hing voelbaar in de lucht. Half verwachtend dat hij met halfopgeheven hoofd uit de auto zou stappen en eens krampachtig zou lachen alvorens zijn portieren op krassen te checken, poogden we ons gelach in te tomen. Wat echter ronduit mislukte en bij menig man uitliep op huilbuien en buikkrampen. Maar Sven zette zijn petje recht voor zich om zijn schaamrood te verbergen en reed zonder uit te stappen toch nog deftig van de oprit. Tranen stroomden over onze wangen en de handen die aanvankelijk nog voor de mond zweefden vielen weg. Mensen vergaten hun goede manieren en hikten, kwijlden en snurften van het lachen en waren ook wel een beetje bang dat zij hun lichaamsvochten niet meer zouden kunnen beheersen..

Vijf minuten later zat de middagpauze erop en moesten we onze labojas en haarnetjes weer aan om alweder te beginnen met het dooskes plooien. Nog nahikkend namen we plaats aan onze tafel en wreven de laatste tranen uit onze ogen, waarna grote bazin, quality control manager Emmy – binnenkwam en vroeg of Sven reeds naar huis was. Waarop een van de jobstudenten: “Sven? Die is allang den bos in…gereden”.

Sindsdien ontwijkt Sven alle contact met de jobstudenten en houdt Sven elke keer hij met zijn vrienden naar the Oh! gaat hout vast als hij na een avondje jumpen in gabberjargon tegen zijn makkers zegt dat hij huiswaarts keert…

Advertenties