Ik hou van kindjes die lezen. Die met open mond in een boek zitten turen en af en toe eens onbewust in hun neus peuteren of hun plakkerige haren uit hun gezicht wegblazen. Kinderen wiens mondhoek af en toe eens vertrekt van medeleven of medelachen. Kinderen die schaterend een passage voorlezen of aanwijzen voor mama, die er vaak de fun niet eens van inziet. Maar meer nog hou ik van jonge mensen die een boek lezen, op de trein, in een parkje, wachtend op de bus. Dat zijn zo mensen die spontaan in de lach schieten en dan schichtig om zich heen kijken om er zich van te vergewissen dat niemand hen gehoord heeft en if so, hen ongetwijfeld freaks vind. Echt, een jongen met een boek, dat is om weg te smelten.. . En meestal zijn dat dan zo van die mensen die uit pure concentratie niet eens zouden horen of zien dat de trein is gestopt, net daar waar zij moeten afstappen. En het meest nog hou ik van de jongen daarnet die met pretlichtjes in zijn ogen zijn boek opensloeg, er een brief uithaalde, hem las, zijn gsm pakte en zei ‘ik heb uw brief gelezen … ik ook van u’. Auwtsch, mijn hart.

Aldus, nu ik tijd heb… eerstvolgende geplande lectuur: Primo Levi – Is dit een mens. Kan literatuurminnend en onbenullige blogslezend Vlaanderen eens zeggen of dat een goed boek is?
(Tales From the Crib-aanhangers, hij heeft ook een boek called
: ‘Lilith: verhalen’. ’t Is maar om jullie warm te maken meer te gaan lezen azo he. )

Advertenties