Gisteren met de trein terug richting Deinze (na wat overigens een fantastisch examen bleek geweest te zijn – staat een mens daarvoor op om drie uur des ochtends? Het was zelfs een regelrechte aanslag op mijn verstandelijke capaciteiten, zo zeg ik u). Wachten op de mama vooraan ‘t station. En dan de tragedie.
Een non was met mij vanuit Gent-Sint-Pieters meegekomen. Diezelfde non stond ook vooraan ’t station. Meer zelfs, ze wou bellen naar haar klooster, om de hoofdzuster er met de auto op uit te sturen om haar te gaan halen. Maar edoch, zij wist niet dat de laatste telefoonkoten niet meer met geld werken, aber enkel met kaarten. En dat had zij dus niet.
Resoluut snelde ze naar de eerste de beste Lonsdale-bevestigde gabber om hem te vragen hoe die telefoon werkte. ’t Werkt alleen maar met een kaart’ zei hij, en liep weg. Hij kent zijne catechismus nie meer, die jongen. En toen fluisterde God in mijn rechteroor dat ik de uitverkorene was.. om dat nonneke te helpen. Met A-teamdeuntje in mijn achterhoofd, èn met mijn gsm in de aanslag liep ik op haar af en zei ‘…als u wilt hé, dan moogt u wel bellen met mijnen GSM’.
‘Dat ès vriendelijk van u meisken’.
Dus zij dicteerde mij het nummer, vroeg of je een gsm gewoon voor uw mond moest houden. Ik legde haar uit dat het gelijk nen gewonen telefoon was, wijl een oudere vent naar mij keek alsof ik de heldin van de dag was. En knikte goedkeurend (…die jeugd van tegenwoordig is der toch nog niet helemaal aan..)
‘hallo ’t is met zuster Maria- cruz ik sta aan’t station ge moogt om mij komen. (..) ja salu!’
T was een snelle non…
‘Wat moet ik u?’ was haar volgende vraag.
‘Niets’, zei ik.
(Eigentlik beschouw ik het als payback voor al die keren dat ik vroeger in de zondagsmis een kaarske heb doen branden zonder ervoor te betalen..)
‘Allez merci hé’, zei ze.
Zo stonden we daar.
‘En vanwaar komde gij, meiske?’
‘Van Leuven’
‘Hebt ge examens gehad misschien?’
‘Uhu’
‘En zijde nu klaar?’
‘Neek, nog eentje’
(…)
‘Ik zal voor u bidden ze meiske, wanneer hebt ge’t’
‘Maandag..’
‘Ewel ewel, ik zal voor u bidden…’
‘Ah, bedankt’.

Vanaf ik dan uiteindelijk de auto instapte stond ze te zwaaien. En toen we moesten wachten om tussen de andere auto’s weg te rijden, nog steeds. En toen we voorbij haar reden nam haar enthousiasme nog toe.
Ik glimlachte, voelde mij een zware tsjeef… en zwaaide terug.
Ma gauw, die zegen heb ik toch al he..

EN NIEMAND PAKT MIJ DAT AF!

Advertenties