gggg.jpg

Het moet warm zijn op oudejaar. Liefst ook op kerstmis. Niet buiten, maar binnen. Wij vrouwen moeten onze jurkjes kunnen dragen. Mèt spaghettibandjes desnoods. Omdat we niet mooi zijn met een trui aan over ons schoon kleedje. Omdat die trui verbergt wat daaronder verscholen zit.

De mannen moeten grappig zijn, met kerstmis. Maar vooral op oudejaar ook. Ze moeten grappig zijn en vertellen, ons doen huilen van het lachen, waarna ze ons in hun armen keilen en door de kamer dansen. Ze moeten mij bubbels geven, en nog wat meer, zodat al die feestelijke belletjes tot ontploffing komen in mijn hoofd.

En de wereld voor even een grote bubbel lijkt.
Want zo is het toch weer elk jaar hetzelfde. De bubbels vloeien rijkelijk, de nootjes worden in de lucht gegooid en door onze monden opgevangen. Op ’t nieuwe jaar! De nieuwe lieven in de familie worden in het middelpunt van de aandacht geplaatst. Jammer dat dat telkens weer tegenvalt.

De dooppeter roept de hemel erbij, godallemachtig dat ik nog steeds geen…, waarop hij met zijn vlakke hand op mijn rug slaat, ik me net niet in een zouten Tuc-koek of kaasblokje verslik en mij ‘een goe lief vandejoare’ toegewenst wordt. Voor de elvendertigste keer, om eens origineel te doen. En dan zeg ik ‘merci hoor’ voor zijn centjes, schrijf als ik zin heb nog een nieuwjaarskaartje in ruil voor zijn twintig euro. Zeg nog eens merci aan de pepe en krijg een natte zoen van meme.

Het eten moet goed gepresenteerd zijn, met kerstdag. Er moet een beetje peterselie op vanboven, omdat het oog ook wat wilt. Liefst iets groen. Bieslook mag ook. De soep is weer niet zout genoeg. Pepe kapt de halve pepermolen erbij. De vol-au-vent in de videekes gedaan. En dan wordt het wachten tot het dessert op tafel komt, omdat daarna het startsignaal wordt gegeven om weg te mogen gaan. Dag, ‘t was leuk, merci en tot volgend jaar. En nog een goed jaar!

Kerstavond zelf wou ik altijd al stille-nacht-zingend onder de kerstboom doorbrengen, onderwijl Gabriël die aan een kerstboomtak boven de stal hing de lucht in katapulteren. En helemaal geen jezuke is geboren hallelujah hallooo. Wel herdertjes die bij nachte in het veld lagen, waarschijnlijk glühwein drinkend om hun tocht naar Bethlehem aangenaam te maken. Maar het wordt altijd: gourmet en een cadeautje, en gaap gaap, 12 uur, tot morgen. Altijd opnieuw. Vondet een wijs cadeautje?

De enige realiteit die nog bestaat is het huis van het feest, op oudejaar. Waar we tegen elkaar botsen omdat we met teveel zijn, en er zoveel en eigenlijk ook niets wordt gezegd. Er worden plannen gemaakt voor de eerste uren van 2008, op oudjaar. Met een beetje geluk belanden we dit jaar niet in het ziekenhuis. Niet-vervulde voornemens worden weggelachen, nieuwe worden niet meer gemaakt want haha, die komen toch nooit uit.

Ge hebt uw eigen wensen, met nieuwjaar. Ge wilt die liefst niet onder woorden brengen want dan wordt de vurigheid ervan afgezwakt. Ge durft ze ook niet luidop spreken, zodat ge later niet op uw woorden gepakt wordt. Of ge wilt vergeten dat ge ze ooit gedroomd hebt, om er niet met spijt aan terug te denken als ge uw huisje tuintje en kindje hebt.

Ge weegt en wikt nogal wat af op oudjaar. Cava of champagne? Fondue of gourmet? Bob of bobette? En ge beseft dat het nogal dom is om daar lang bij stil te staan, maar ge doet het toch, want onbezonnenheid voor ge begint wordt een kater, later.

Ge loopt naar buiten om de duizenden euro’s die de lucht ingeschoten worden te zien. Beseft dat het toch maar koud is met uw nylonkousen in uw botjes. Lacht met de buren en wenst de halve straat, ook al spreekt ge er anders nooit mee, een goed jaar.

Ge denkt tien dagen op voorhand al aan de kleren die ge zult aandoen. Pakt de avond zelf dan toch maar iets normaal uit uw kast, omdat chique gekleed zijn, zelf al is het voor één dag, toch wel raar aanvoelt. Ge denkt dat het weer allemaal zo alledaags oudejaar gaat zijn. Hallo, eten, drinken, dansen, lachen. Dertien in een dozijn. Oudjaar is nooit leuker dan andere avonden waarop ge weggaat. En toch kijkt ge er naar uit, ook al weet ge dat het niet zo leuk wordt als die spontane feestjes waar ge al dansend door de zetel zakt. En ge uitglijdt op het wegschuivende tapijt, met uw ene been in bijna-spagaat en uw arm met champagneglas rechtop; gelukkig nieuwjaaaaaaaaaahgh.

En haha enzo.

Toch mijn beste wensen voor allicht.

En de Minnie Mouse-T-shirt en onderbroek-bijna-zichtbaar-rokjes.

ik.jpg

via hier, en hier

(flouise? morgada? laat u gaan!)

Ik wil, ik wil, ik..

december 8, 2007

25 november, 15 jaar of langer geleden.

Het was juist mijn verjaardagsfeestje geweest en het was leuk geweest. De schat van de muzikale doos zat vol rode plakkerige lekstokken, en ik had cadeautjes, man wat had ik veel cadeautjes. Languit uitgestrekt over ons tapijt lag ik met het topje van mijn tong uit mijn mond mijn nieuwe Flintstones-puzzel te leggen. Rechttegenover mij zat zus nog half verkleed mijn andere cadeautjes te begapen. De hele middag waren we binnen gebleven, en hadden we onze kamer vol doeken gehangen om een spookhuis te maken, want het was te koud buiten. Het had zelfs gesneeuwd - sneeuw die bleef liggen bijgod. De vorige dag had ik in plaats van een sneeuwman te maken (ik kon er de hoogste bol toch nooit opkrijgen) dan maar een sneeuwhond gemaakt. En ik was best trots op mezelf voor die uitvinding - een sneeuwhond, in sneeuw! Wow.

Maar mama stond achter het fornuis soep te koken en riep dat we toch maar even buiten moesten gaan, om wat frisse lucht op te doen. Weinig zin om ons te be-oorwarmeren, besjaalen en behandschoenen en hevig protest mocht niet baten, we kregen een lek niveacrème op ons gezicht en hup de koude in. Onze tenen werden algauw ijsklompen maar dat mocht de pret niet bederven. Papa had de vorige avond alle sneeuw van het plankier geveegd en had er emmers water opgegoten, zodat wij een gi-gan-tische privé-schaatspiste hadden. En gleden dat we deden- niet te doen.

Enkele jaren later - bijna kerstvakantie.

Het was koud, ijskoud. De Oude Leie lag helemaal toegevroren en van heinde en verre kwam men naar ons dorp afgezakt om en plein air op de Leie te schaatsen. Het was zo koud dat zelfs de nieuwe Leie een dag toelag - en enkele onverlaten op het idee kwamen om daarop te ijshockeyen en daar waar de rioolbuizen in de Leie uitmondden door het ijs zakten en dan maar in nat-koude kleren naar huis mochten fietsen. Het was zo koud dat de elfstedentocht doorging, en wanneer we niet op het ijs stonden dan zaten we ons voor de tv te vergapen op de volksgekte die zo’n tocht met zich meebrengt. En we supporterden voor den Belg, want er zat een goede Belg bij, indertijd. Iedereen van ons gezin werd voorzien van schaatsen uit de kringwinkel, of afdankertjes van buren. En ik geloof dat ik de hele vakantie niet anders gedaan heb dan geschaatst en mijn tenen in warm water steken en geschaatst en mijn vingers in het warm water steken tot alles begon te tintelen en te ontdooien.

En nu is het acht december, is Sinterklaas al weer twee dagen naar Spanje verbannen, is het bijna kerstmis en ik zeg u: het is niet eens koud! Ik moet nog niet eens het vuurtje op mijn kamer aansteken als ik zit te typen. Het is zelfs nog niet nodig geweest om mijn dikke wolle kousen boven te halen. Mijn lippen zijn nog niet gesprongen. Mijn neus loopt nog niet. Het nat haar dat onder mijn muts vandaan piepte is nog nooit bevroren geweest, zodat ik het kon afkraken. Ik heb nog geen sneeuwbal gegooid!

Allezjong- ik wil winter.

Dá wil ik:

da-wil-ik.jpg

Het mijne!

december 5, 2007

UGent wilt mee met de tijd, vanaf nu worden papers niet meer louter in papieren versie ingediend maar als elektronische versie op Minerva geplaatst. Normaal gezien gebeurt dat onder ‘dropbox’, dat is, jij dropt daar je document en enkel uw prof kan dat lezen. Prof wou echter interactie en ‘leren van elkaar’ ondersteunen en ontsloot bijgevolg enkel de studentenpublicaties. Studentenpublicaties die publiek en vrij downloadbaar zijn, iedereen kan de paper openen van iedereen en lezen wat hem/haar aanstaat. Geen probleem tot daar aan toe, want dat het u wat motiveert tot ‘beter schrijven’ is een feit. Hoewel ik niet wil zeggen dat ik dat tof vind, dat ze zomaar allemaal uw paper mogen bekijken.

Enfin, ik heb er hard op gezwoegd, was dan ook (typisch) te laat begonnen met het schrijven. Maar zondagavond was hij klaar. Met veel blijheid smijt ik hem als een van de eersten online, want dan ben ik daar ook alweer van af. Zondagavond, dat was 2 dec. Deadline paper: 3 december om 17u.

Daarnet besluit ik om eens te kijken naar de andere papers. En vooral degenen die hem te laat hebben ingediend, dus ik druk ’sorteren op datum’. 5 december (vandaag, twee dagen te laat) werd een nieuw document gepost. En tiens! Met gedeeltelijk hetzelfde onderwerp als het mijne! Al wat ambetant omdat iemand bijna hetzelfde onderwerp heeft als ik, open ik het document om er mijn kritisch oog over te laten dwalen. En bemerk dat er copy-paste uit míjn paper is gedaan. Geen alinea’s, wel delen van zinnen, delen van gedachtengangen, wel identieke bronverwijzingen, niet letterlijk mijn verwoordingen maar wel mijn verwoordingen met andere woorden. En vaak!

Ok, drie dagen te laat, dat zou in principe afgekeurd moeten worden. Maar ik vrees dat ze nog flexibel zijn bij ons. Bovendien valt het ook niet zwart op wit te bewijzen, edoch: ambetant word ik daarvan! Meer dan ambetant…

Ritual Fertility

november 27, 2007

Lords of the New Church… ik kende ze niet tot ik het origineel wou weten van Nouvelle Vagues ‘dance with me’ - waarop het absoluut onmogelijk is om mijn heupen stil te houden. En terwijl ik het liedje van NV al betrekkelijk goed vond kon ik jullie het origineel zeker niet onthouden.. en al zeker niet de gestes èn ontblote schouder van de leadzanger.

(Let vooral op zijn move bij ‘bondage’.)

Maar NV’s linedanceclip moet er niet voor onderdoen.

Oordeelt zelf!

Vi-trienen.

november 20, 2007

putonyourreeeeeeeedliiiiiiiiiiiiiiight1.jpg

Toen we nog klein waren probeerden we ze al eens te tellen op weg naar Gent. En steeds kwam het er op neer dat het onbegonnen werk was, keek je links dan zag je diegenen die rechts van de baan lagen over het hoofd, en vice versa. En kwam je dan uiteindelijk toch bij de Sterre aan, kwam mijn getal nooit overeen met dat van mijn zus. En als wij dat maanden later nog eens opnieuw probeerden, deze keer voorzien van papier en balpen, bleken er alweer een heleboel nieuwe bijgekomen te zijn. Hoe dan ook, het aantal klopte nooit - de hoerekotjes op de Kortrijksesteenweg.

Het is ware concurrentieslag op de vrije(n)markt, dacht ik al eerder dit jaar. En dat dacht ik dan voornamelijk als ik gezwind naar het centrum onzer stad fietste en ze naar me zwaaiden. En ik, niet-wetend wat gedaan, schroomvol mijn blik afwendde. Zwaaien ze nu ook al naar vrouwen? En ik vanaf dan steeds mijn blik op een punt in de verte fixeer wanneer ik voorbij moet fietsen. Of toen ik van de Colruyt kwam, zij met zijn tweeën stonden te dansen en alles wel zeer goed lieten shaken. Zij wierpen kushandjes naar voorbijgangers, of lieten hun deur naar buiten openstaan, zodat flarden door de wind verstrooide R&Bmuziek je blik onwillekeurig naar hen deed glijden.

Nu, in het kleine stukje Kortrijksesteenweg tussen huis en centrum waar ik nu over spreek, zijn er maar twee kotjes. De Flash en de Pussycat (nu weet je ook alweer vanwaar Boma zijn mosterd haalde). Terwijl het eerste strategisch bijna recht tegenover de uitgang van de Colruyt gelegen is, heeft het tweede heel wat minder troeven uit te spelen. Het zat er al langer aan te komen dat veranderingen noodzakelijk waren.

Toen ik daarnet naar huis fietste, kwam ik twee potige mannen tegen. Een brede grijns op hun gezicht, werkhandschoenen aan, en een John Wayne-walk alsof zij te lang op het zadel van een paard gezeten hadden. Stappend richting de Pussycat. Ik dacht nog, het is nog maar 12 uur!, toen ik zag dat zij naar karuur drie liepen, die olijk fluitend boven de vitrine hing om daar de neonlichten te vervangen. Vandaar dat hun oogskes zo blonken.

So what’s on tonight: als ik vanavond om 22 u mij richting huis begeef, zal ik u eens zeggen waar ik er zag binnengaan. En of de lichten tellen of het heupwerk.

visnetcriminaliteit

november 12, 2007

Het was I (l) Techno dit weekend en dat hebben we geweten. Fiets gaan zoeken tussen de duizenden anderen aan het station van Gent. Twee banden plat gestekt.

Drop Dead Gorgeous

november 5, 2007

Ik lag gisterenavond in mijn bed, zoals dat wel vaker gebeurt, net op het randje tussen slapen en wakker-zijn te zweven, tot ik opeens rechtop schoot en mijn ogen wijd open sperde. Ik zweer het u, dat ging zelf gepaard met een korstondige adrenalineopstoot. Met slechts één gedachte in mijn hoofd, zijnde ‘RIGOR MORTIS’. Ik weet het aan mijn verstrooide halfslapend/halfwakker toestand en was het alweer vergeten, draaide mij om en sliep weer verder. Dacht ik! tot ik daarnet bij het opschudden van mijn dekbed een papiertje deed opwaaien, dat klaarblijkelijk op mijn nachtkastje had gelegen, en waarop ik met fijn zwart stiftje bovenstaande woorden opgekrabbeld bleek te hebben. Nu, het rare was niet zozeer dat ik die woorden opgeschreven had, dat doe ik wel vaker met het idee ‘morgen eens googlen’ (want ondanks het vaag bekende wist ik de exacte betekenis er niet van), maar nu kon ik er mij helemaal niets van herinneren. Ik kan mij trouwens ook geen deftige reden geven waarom ik nu juist daar aan dacht enzo.

Daarnet googlede ik dus even om te zien wat het juist was, en kwam hier terecht. Lijkstijfheid dus?! Feit was dat ik gisterenavond inderdaad zeer koud had in mijn bed, en dat ik net voor ik ging slapen op Canvas zeer geboeid naar ‘OverLeven’ had gekeken, waarbij men zich afvroeg hoe een mens bij uiterst lage temperaturen (-30°C en meer) kon overleven. (Waarvan de conclusie, voor de geïnteresseerden, te herleiden was tot: “het zit allemaal in uwen kop”). Dat kan dus een verklaring bieden: misschien wou ik die mooie beelden van bevroren ledematen via onderbewuste wegen kanaliseren, hoewel ik vrijwel zeker weet dat ze dat niet vermeld hebben in die reportage. Lijkstijfheid dus, hellow!

(En is het trouwens niet hoogst toevallig dat de shuffleknop van mijn iTunes net bij het redigeren van deze tekst ‘Drop Dead Gorgeous’ laat afspelen. Ik dacht het niet, hé, hé?!)

(Ik heb hier trouwens ook nog zo’n papierke met ‘Julien Sauvenier’ op, iemand?)

vrijdagvreugd

oktober 19, 2007

Des ochtends vroeg om tien voor acht op een koud en winderig station tussen massa’s volk staan wachten is op zich al geen prettig begin van de dag. Als die trein waarop je tenenroffelend staat te wachten dan nog eens tien minuten vertraging blijkt te hebben, je daar maar kou staat te krijgen en enkele middelbareschoolvriendjes uw ochtendgezicht- en humeur probeert te doen vermijden, ge uiteindelijk de trein in wordt gedrumd, vlug probeert nog een zitplaatsje te bemachtigen, een hels gezucht krijgt als je in de trein op één van de zitbanken van, euhja, twee probeert te kruipen waar de ander zopas zijn gerief met veel tralala heeft neergepoot, een rol-met-je-ogen-move van jawelste krijgt van de metalhead rechttegenover u, ge daar dan nog eens bij optelt dat wegens overvolle ‘tussencoupés’ de helft de gangen in schoof en er eentje daarvan constant, echtja, constant met haar elleboog tegen mijn hoofd zat en ik als een mongooltje probeerde tegengewicht te geven aan die elleboog, opdat ze toch zo merken dat er daar een hoofd naast zat, daar jammerlijk niet in slaagde, mocht meegenieten van het gebrul die dezelfde metalhead uit zijn mp3oortjes liet schallen, bij het bereiken van Sint-Pieters zowat de trein werd uitgedúwd terwijl de wachtende massa buiten de trein niet kon verhullen ongelooflijk veel haast te hebben en ik bijna gelyncht de trappen van het station afliep, nog eens nijdig werd omdat iedereen het buitenste reclameblad van de metro had afgescheurd en in de vuilbak maar vooral daarrond had rondgestrooid, wat bovendien nog eens een vreselijke papierverspilling is en base die centjes beter op mijn prepaidkaart zou storten wegens afzetterij bij iedere verbinding die ik maak (25 cent mijn jongens, dat is tien frank!), je je fiets gaat halen die je eerst niet terug blijkt te vinden, vreest dat hij in die anderhalve week dat je hem niet hebt gebruikt net als 3 voorgaande fietsen gepikt is (waarvan gelukkig 1 teruggevonden), hem uiteindelijk ergens helemaal achteraan en middenin weet te onderscheiden, blijgezind je sleuteltje bovenhaalt en dan zien dat een andere oelewapper zijn fiets vlak naast de jouwe heeft neergepoot, maar nog beter, zijn petieterig klein slot heeft vastgemaakt, ook een stuk rondom JOUW fiets waardoor je hem niet meer wegkrijgt, je daar tien minuten staat te verspillen om dat slot centimeter per centimeter en met veel gewring over jouw zadel te krijgen, dan nog eens vijf minuten sukkelt om de bevrijdde fiets er langs de vóórkant uit te halen, dat natuurlijk niet lukt en je hem dan maar helemaal boven de fietsenrekken moet uittillen om er nog vlug vlug op te springen richting les, onderwijl nog overwegend een briefke achter te laten onder de sukkels’ bel, bijna omver wordt getoeterd in de kortrijksepoortstraat,  moet remmen terwijl je geen remmen hebt maar gezegend zijt met een torpedo, ge weet wel zo’ n achteruit-trap-rem-fiets, die al eens niet durven functioneren, je van miserie in de tramsporen vastsukkelt en dan al remmend met je voeten tot stilstand komt om toch maar te proberen niet boven dat stuur weg te vliegen, je voorband uit de tramsporen heft terwijl je opeens het tramgetingel achter u hoort, je vlug probeert je fiets langs de kant te krijgen maar de auto’s daar zo dicht staan dat je er niet tussen geraakt, uiteindelijk toch nog het begin van de veldstraat bereikt, schoon wilt oversteken op het zebrapad terwijl een BMW aan 80 per uur uw zebrarechten in de wind slaat, je uiteindelijk heelhuids en opgefokt as hell uw auditorium bereikt, blijkt dat uw prof een kwartier later gaat zijn en al dat opjagen nergens voor nodig was. Ge dan rustig wordt van naar de slides te kijken en geheel groggy buiten loopt, een mandarientje pelt en blij zijt dat het vrijdag is.

Lap

oktober 8, 2007

“Als je zelf voor iets moet werken, dan leer je de waarde van het geld kennen”, zo leerde papa ons al van toen we nog als ukkies door het leven gingen. En hoewel die raad soms grandioos genegeerd werd, in de wind geslagen, of we integendeel juist die ene zotte aankoop van boven op ons verlanglijstje wouden doen, steeds zweefde ze als een soort mantra boven ons would-be-spilzieke hoofdjes. Ik ben gaan werken, bijna een maand, en nu heb ik een aanzienlijk minifortuintje bijeengespaard om te investeren in immateriële zaken zoals bv. mijn reis (vanavond 22u: Hongarije!). En ook al is het enige tastbare dat daaruit voortkomt ettelijke gB aan digitale foto’s, of een prullerig maar mooi souvenir: niets tipt aan de herinneringen en opgedane indrukken. Dus ik was heel blij dat ik na Spanje weer wat geld staan had om te investeren in mijn culturele kennis.

Maar donderdagnacht wouden ze mij hierboven waarschijnlijk een les in ’schat spreekwoorden naar waarde’ geven. De eerste grote aankoop met mijn zuurverdiende spaarcentjes was een laptop. Geen tweedehandse, zoals ik eerst wou, maar een mooie en degelijke en nieuwe. Ik had zelfs het beschermend plastiekje erop gelaten om krassen te voorkomen. Ik heb hem steeds beschermd, toen hij geheel gecontroleerd werd door de douane in de luchthaven. Toen die ene er in Brussel Centraal schijnbaar achteloos mee ging lopen. Toen er brokjes berkevruchten tussen het klavier vlogen heb ik met engelengeduld geprobeerd ze er weer van tussenuit te prutsen. Toen de duiven in de Spaanse stadsparkjes met het vliegend schijt zaten (haha!) heb ik hem lijfelijk beschermd door er dubbel over te plooien. Ik heb hem versierd met mooie stickertjes. Mijn bureaublad helemaal gepersonaliseerd en zelfs de icoontjes er rond geschikt om alles tot zijn recht te laten komen. Ik was verliefd op mijn iTunesbibliotheek en de dozijnen geleende cd’s die ik erop gezet had. Ik had mijn drie jaren reisfoto’s in aparte mapjes gestoken en een hele map met persoonlijke aantekeningen over vanalles en nog wat. Mijn laptop en ik waren in donkere thesistijden als twee pubers. Hoe harder en venijniger ik tikte, hoe meer ze mij strafte met plotselinge foutmeldingen en irriteerde met AutoCorrecties. Dat haar schrijfstation niet naar behoren functioneerde nam ik er maar bij. Kortom, mijn Toshiba en ik, wij waren twee handen op één buik. Drie jaar lang.

Toen wij vrijdagavond thuiskwamen en het slot van de deur verdwenen leek te zijn werd er eventjes naar adem gehapt. Maar de deur was toe en er was niet direct iets verdwenen, wat een hele opluchting was. We belden de politie, die poging tot inbraak noteerde. Op de vraag of er niets verdwenen was werd zelfzeker ‘nee’ geschud, de dvd stond er nog, de gsm lag er nog, de portefeuilles bleken nog op dezelfde plaats te liggen en er stonden deuren noch kasten open. Tot ik me opeens realiseerde dat ik nog niet gekeken had of mijn laptop nog steeds op de plaats lag waar ik hem had achtergelaten.

En daar lag hij niet. Hij lag ook niet in de andere kamers, ook niet in de living. Ik liep alles rustig nog een tweede keer af. Tot ik opeens een vapeur van jawelste kreeg toen mijn Toshiba ook effectief bleek wég te zijn: inclusief foto’s, eigen bereidingen, muziek, thesis, massa’s papers, en nog veel meer. En neen, ik heb geen backup. Want neen, ik weet niet hoe je dat maakte en ook al is het nog zo simpel, een harde schijf kunt ge toch altijd deels recupereren?

En dan noteert zo’n eikel van een politie-agent dat hij toch ‘poging tot inbraak’ noteert, dat de laptop wel nog boven water zal komen, want de deur was per slot van rekening niet open. En dat als hij er morgen nog steeds niet was, hij er wel ‘inbraak’ van zal maken.

Nu, het bleef raar, die gesloten deur. En dat hij door de wirwar van draden op de computertafel (met printer, andere computer, scanner, boxen, etc.) juist de draden van mijn laptop heeft gevonden en ál de rest ongemoeid heeft gelaten. Behalve de 10 euro uit mama’s portefeuille.

Nu, ik heb al een paar dagen zeer slecht geslapen. Stel het u gewoon voor: gij ligt boven te slapen en onder u pikken ze uw eigenstegekochte laptop. En hij werd beweend en hij wordt gemist, van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. En mijn net verdiende centjes… die worden waarschijnlijk in een nieuwe laptop gepompt.

Sukkels.