vrijdagvreugd

oktober 19, 2007

Des ochtends vroeg om tien voor acht op een koud en winderig station tussen massa’s volk staan wachten is op zich al geen prettig begin van de dag. Als die trein waarop je tenenroffelend staat te wachten dan nog eens tien minuten vertraging blijkt te hebben, je daar maar kou staat te krijgen en enkele middelbareschoolvriendjes uw ochtendgezicht- en humeur probeert te doen vermijden, ge uiteindelijk de trein in wordt gedrumd, vlug probeert nog een zitplaatsje te bemachtigen, een hels gezucht krijgt als je in de trein op één van de zitbanken van, euhja, twee probeert te kruipen waar de ander zopas zijn gerief met veel tralala heeft neergepoot, een rol-met-je-ogen-move van jawelste krijgt van de metalhead rechttegenover u, ge daar dan nog eens bij optelt dat wegens overvolle ‘tussencoupés’ de helft de gangen in schoof en er eentje daarvan constant, echtja, constant met haar elleboog tegen mijn hoofd zat en ik als een mongooltje probeerde tegengewicht te geven aan die elleboog, opdat ze toch zo merken dat er daar een hoofd naast zat, daar jammerlijk niet in slaagde, mocht meegenieten van het gebrul die dezelfde metalhead uit zijn mp3oortjes liet schallen, bij het bereiken van Sint-Pieters zowat de trein werd uitgedúwd terwijl de wachtende massa buiten de trein niet kon verhullen ongelooflijk veel haast te hebben en ik bijna gelyncht de trappen van het station afliep, nog eens nijdig werd omdat iedereen het buitenste reclameblad van de metro had afgescheurd en in de vuilbak maar vooral daarrond had rondgestrooid, wat bovendien nog eens een vreselijke papierverspilling is en base die centjes beter op mijn prepaidkaart zou storten wegens afzetterij bij iedere verbinding die ik maak (25 cent mijn jongens, dat is tien frank!), je je fiets gaat halen die je eerst niet terug blijkt te vinden, vreest dat hij in die anderhalve week dat je hem niet hebt gebruikt net als 3 voorgaande fietsen gepikt is (waarvan gelukkig 1 teruggevonden), hem uiteindelijk ergens helemaal achteraan en middenin weet te onderscheiden, blijgezind je sleuteltje bovenhaalt en dan zien dat een andere oelewapper zijn fiets vlak naast de jouwe heeft neergepoot, maar nog beter, zijn petieterig klein slot heeft vastgemaakt, ook een stuk rondom JOUW fiets waardoor je hem niet meer wegkrijgt, je daar tien minuten staat te verspillen om dat slot centimeter per centimeter en met veel gewring over jouw zadel te krijgen, dan nog eens vijf minuten sukkelt om de bevrijdde fiets er langs de vóórkant uit te halen, dat natuurlijk niet lukt en je hem dan maar helemaal boven de fietsenrekken moet uittillen om er nog vlug vlug op te springen richting les, onderwijl nog overwegend een briefke achter te laten onder de sukkels’ bel, bijna omver wordt getoeterd in de kortrijksepoortstraat,  moet remmen terwijl je geen remmen hebt maar gezegend zijt met een torpedo, ge weet wel zo’ n achteruit-trap-rem-fiets, die al eens niet durven functioneren, je van miserie in de tramsporen vastsukkelt en dan al remmend met je voeten tot stilstand komt om toch maar te proberen niet boven dat stuur weg te vliegen, je voorband uit de tramsporen heft terwijl je opeens het tramgetingel achter u hoort, je vlug probeert je fiets langs de kant te krijgen maar de auto’s daar zo dicht staan dat je er niet tussen geraakt, uiteindelijk toch nog het begin van de veldstraat bereikt, schoon wilt oversteken op het zebrapad terwijl een BMW aan 80 per uur uw zebrarechten in de wind slaat, je uiteindelijk heelhuids en opgefokt as hell uw auditorium bereikt, blijkt dat uw prof een kwartier later gaat zijn en al dat opjagen nergens voor nodig was. Ge dan rustig wordt van naar de slides te kijken en geheel groggy buiten loopt, een mandarientje pelt en blij zijt dat het vrijdag is.

Lap

oktober 8, 2007

“Als je zelf voor iets moet werken, dan leer je de waarde van het geld kennen”, zo leerde papa ons al van toen we nog als ukkies door het leven gingen. En hoewel die raad soms grandioos genegeerd werd, in de wind geslagen, of we integendeel juist die ene zotte aankoop van boven op ons verlanglijstje wouden doen, steeds zweefde ze als een soort mantra boven ons would-be-spilzieke hoofdjes. Ik ben gaan werken, bijna een maand, en nu heb ik een aanzienlijk minifortuintje bijeengespaard om te investeren in immateriële zaken zoals bv. mijn reis (vanavond 22u: Hongarije!). En ook al is het enige tastbare dat daaruit voortkomt ettelijke gB aan digitale foto’s, of een prullerig maar mooi souvenir: niets tipt aan de herinneringen en opgedane indrukken. Dus ik was heel blij dat ik na Spanje weer wat geld staan had om te investeren in mijn culturele kennis.

Maar donderdagnacht wouden ze mij hierboven waarschijnlijk een les in ’schat spreekwoorden naar waarde’ geven. De eerste grote aankoop met mijn zuurverdiende spaarcentjes was een laptop. Geen tweedehandse, zoals ik eerst wou, maar een mooie en degelijke en nieuwe. Ik had zelfs het beschermend plastiekje erop gelaten om krassen te voorkomen. Ik heb hem steeds beschermd, toen hij geheel gecontroleerd werd door de douane in de luchthaven. Toen die ene er in Brussel Centraal schijnbaar achteloos mee ging lopen. Toen er brokjes berkevruchten tussen het klavier vlogen heb ik met engelengeduld geprobeerd ze er weer van tussenuit te prutsen. Toen de duiven in de Spaanse stadsparkjes met het vliegend schijt zaten (haha!) heb ik hem lijfelijk beschermd door er dubbel over te plooien. Ik heb hem versierd met mooie stickertjes. Mijn bureaublad helemaal gepersonaliseerd en zelfs de icoontjes er rond geschikt om alles tot zijn recht te laten komen. Ik was verliefd op mijn iTunesbibliotheek en de dozijnen geleende cd’s die ik erop gezet had. Ik had mijn drie jaren reisfoto’s in aparte mapjes gestoken en een hele map met persoonlijke aantekeningen over vanalles en nog wat. Mijn laptop en ik waren in donkere thesistijden als twee pubers. Hoe harder en venijniger ik tikte, hoe meer ze mij strafte met plotselinge foutmeldingen en irriteerde met AutoCorrecties. Dat haar schrijfstation niet naar behoren functioneerde nam ik er maar bij. Kortom, mijn Toshiba en ik, wij waren twee handen op één buik. Drie jaar lang.

Toen wij vrijdagavond thuiskwamen en het slot van de deur verdwenen leek te zijn werd er eventjes naar adem gehapt. Maar de deur was toe en er was niet direct iets verdwenen, wat een hele opluchting was. We belden de politie, die poging tot inbraak noteerde. Op de vraag of er niets verdwenen was werd zelfzeker ‘nee’ geschud, de dvd stond er nog, de gsm lag er nog, de portefeuilles bleken nog op dezelfde plaats te liggen en er stonden deuren noch kasten open. Tot ik me opeens realiseerde dat ik nog niet gekeken had of mijn laptop nog steeds op de plaats lag waar ik hem had achtergelaten.

En daar lag hij niet. Hij lag ook niet in de andere kamers, ook niet in de living. Ik liep alles rustig nog een tweede keer af. Tot ik opeens een vapeur van jawelste kreeg toen mijn Toshiba ook effectief bleek wég te zijn: inclusief foto’s, eigen bereidingen, muziek, thesis, massa’s papers, en nog veel meer. En neen, ik heb geen backup. Want neen, ik weet niet hoe je dat maakte en ook al is het nog zo simpel, een harde schijf kunt ge toch altijd deels recupereren?

En dan noteert zo’n eikel van een politie-agent dat hij toch ‘poging tot inbraak’ noteert, dat de laptop wel nog boven water zal komen, want de deur was per slot van rekening niet open. En dat als hij er morgen nog steeds niet was, hij er wel ‘inbraak’ van zal maken.

Nu, het bleef raar, die gesloten deur. En dat hij door de wirwar van draden op de computertafel (met printer, andere computer, scanner, boxen, etc.) juist de draden van mijn laptop heeft gevonden en ál de rest ongemoeid heeft gelaten. Behalve de 10 euro uit mama’s portefeuille.

Nu, ik heb al een paar dagen zeer slecht geslapen. Stel het u gewoon voor: gij ligt boven te slapen en onder u pikken ze uw eigenstegekochte laptop. En hij werd beweend en hij wordt gemist, van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. En mijn net verdiende centjes… die worden waarschijnlijk in een nieuwe laptop gepompt.

Sukkels.

tsk.

oktober 3, 2007

Drukkerdandruk hier. Nada Surfs “to make a mountain of your life is just a choice” in het achterhoofd had ik de laatste tijd met een waarlijk gigantische Mount Everest in zicht. Maar nu de grootste knopen doorgehakt zijn en de opties voor de rest van het jaar met veel interesse worden bekeken begint het meer te dagen dat wat je uiteindelijk hebt per slot van rekening is wat je er zelf van maakt.

En dat is druk: voornamelijk omdat ik mijn kotloze leven probeer te compenseren door vanalles te doen (danscursus, check! Spaanse les (jaja.. samen met zovelen), check.) Ondertussen die Leuvense lerarenopleiding afwerken en een kersverse Gentse ManaMa op je bord krijgen. Bovendien nog maar net de ene thesis uit zijn en de andere alweer moeten induiken. En keuzevakken kiezen, en stageplaatsen zoeken, vlir-beurzeninformatie gaan uitpluizen (iemand?) en oja: mij eerst maar eens gaan inschrijven. In het vooruitzicht: een Filippijnen-tocht, een Barcelona/Valenciatrip en lessen die wáárlijk interessant zijn.

En dan komt het je opeens ter ore dat Nouvelle Vague vanavond in de Vooruit optreed…