Vijf na twaalf
juni 27, 2007
Het zijn mooie tijden voor een festivalleek zoals ik. Niet alleen sta ik vanaf morgen T-shirts te verkopen dat het geen naam meer heeft op Werchter (ik dan festivalmaagd af, RVS buiten beschouwing gelaten), verder wil ik ook Radio Tequila op mijn niet-zo-blote knietjes bedanken voor het Cactusticket dat ik gisteren won (hi-la-ri-teit, zo bellen naar de radio). Stil zal het hier worden, y’all: Werchter, bekwaamheidsproef journalistiek (oja.. did I mentioned thát already? Nu niet dat ik zeker ben dan ik dat dan ook echt wil doen..), fietstocht in de Limburg, Cactus, studentenkringgeld állemaal gaan opdoen op überBBQ, kampvoorbereiden waarna kamp ergens in Antwerpen, Tsjechië, Dranouter, en dan thesis beginnen schrijven. Gáns augustus. Maar we klagen niet en bidden voor goed weer in juli en slecht weer in augustus.. om in september eens serieus over mijn toekomst na te gaan denken.
Adrenaline onder de douche
juni 19, 2007
Deze ochtend liep ik gezwind en met grote handdoek en pullen shampoo in de aanslag richting douche. Fluitend en slightly huppelend enzo, want mijn examens zijn finitos (niet dat dat laatste dik ok zat) en ik was uitgeslapen: that is, lang en goed geslapen en zonder rugpijn en met een verse goedriekende donsovertrek. Bovendien scheen het zonneke en had iemand de kotkeuken opgeruimd. Olé.
Ik zwaai de douchedeur open en stap het kabientje in, en voel gelijk iets onder mijn linkervoet. Ik kijk naar benee en denk “Hu? Spaghetti? Hier?”, terwijl ik tegelijkertijd redeneer dat het wel kon, gezien de kooksituaatsie vorige week vrijdag ten huize RVSTR. Ik aan het afwassen, S. die dringend zijn spaghetti moest afgieten. Giet dat dan maar door de douche, zei ik, want ik was af en ik was eerst. Wat S. deed want tegen zoveel vrouwelijke overmacht kon hij toch niet op. Dus denkend dat daar 8 centimeters spaghetti-overblijfsel ligt buk ik mij en wil het doucherand-overboord gooien, want zo in mijn blootje door de keuken rennen naar de vuilbak zag ik logischerwijs niet echt zitten.
Tot hetgeen ik opraap opeens begint te kronkelen en ik een zwart puntje op het einde van de ’spaghetti’ op en neer zie gaan.
Het vervolg laat zich al raden: ik tieren en een niet te evenaren adrenaline-opstoot. Gecombineerd met een hart dat fameus tekeer ging. Mij opeens realiserend dat ik daar wel heel erg bloot sta te wezen terwijl er onder mij een maad of rups of whatever ligt te kronkelen. Aah! Met geen haar op mijn ongewassen hoofd dacht ik er aan dat beest nog in mijn handen te nemen en spoelde het dan maar genadeloos door het putje. Voos beest. Echt, dat zijn de vieste die er zijn. En de rest van mijn douchebeurt heb ik gelijk een gek naar dat putje zitten turen, wegens mayor flashback naar de tijd dat ik nog dacht dat doorgespoelde beesten uit de buizen weer omhoog kropen omdat ze weerhaakjes op hun poten hadden en spidermangewijs tegen álles konden blijven plakken. En dus ook geen wc-geloop in de nacht omdat ik dacht dat alle spinnen die hun laatste rustplaats door mijn kwade hand in de wcpot gevonden hadden uit revenge weer rechtstreeks mijn kont gingen binnenkruipen de eerste keer dat ik er weer op moest gaan zitten.
Voos, voos!
Dat er toch nog constanten zijn in het leven!
juni 15, 2007
Wat vaststaat: ik beschik waarlijk over een heel stuk minder vrouwelijke genen dan pakweg de gemiddelde Vlaamse Stefanie. Ik wéét niet waarom ik mij in tegenstelling tot vele andere vrouwelijke soortgenoten – (bijna) geen zorgen maak mbt wat ik aantrek: op kot (waar er welgeteld 4 mannen zitten!) of op ons kotkoerke, of op straat, of, of… Dat ons kotburen kunnen kijken op mijn funky beprinte rok met daaronder funky adidasschoentjes (uit het zesde middelbaar, aha, merkbaar aan de immer aanwezige schaafwonden op mijn hielen) die hun beste tijd al jaren geleden gekend hebben doet me wonderlijk weinig. Dat ik er geen graten in zie om één oranje èn één paarse kous tegelijkertijd te dragen (ze hebben dezelfde lengte en zijn beiden hun broer kwijt, waarom dan geen kunstmatige koppeling?) doet me nog minder. ( maar ik ben dan ook de foute-kousenkampioene bij uitstek – daar ik er ten eerste vanuit ga dat niemand ooit uw kousen te zien krijgt, en ten tweede dat ik nog vele restanten heb uit mijn winny-the-poohkousen-periode (en ja, lach met uw eigen!).) Het duurt eeuwen vooraleer ik merk wat in is, wat meestal gebeurt wanneer het al lang weer out is. Mijn combinaties zijn soms echt erbarmelijk – alleen merk ik het zelf niet. Ik zie ook nooit wat die ene daar vandaag weer aan had want het interesseert mij niet. Als ik geen zin heb om mijn pyama uit te doen omdat blokken nu eenmaal beter gaat zonder bh en met kort shortje, en een mottig hoofd om het geheel af te maken, dan doe ik dat gewoon. Ik kleed mij pas om als ik daar zin in heb, en dan nog: liefst de kleren van de dag ervoor want die liggen al klaar. Als ik ’s ochtends geen brood heb maar wel veel honger, dan ga ik niet eerst mijn haar wassen en een ooglijntje trekken, maar slof ik gewoon op mijn pantoffels of sandalen naar de bakker die hier – ochere – nog geen 2 minuten verder ligt. Ik doe mijn broek soms vier of vijf dagen na elkaar aan – zolang ze niet stinkt; who cares? For sure dat ik nu al reeds de helft van mijn vrouwelijk publiek weggejaagd heb..
Maar ‘t is niets voor mij, het Phaedra Hoste-gewijs iedere dag naar les, werk, of beter, mondeling examen schrijden op hoge hakken en voorzien van halskettingen-met-bolketten aan. Mijn outfits bestaan uit allerlei losse dingen die ik bij het kopen mooi vond, maar die nimmer ofte nooit bij elkaar passen. En omdat het van bijna niet anders kunnen is doe ik die wel op elkaar aan. En hoogstwaarschijnlijk zijn er dan wel velen die elke outfit mijnertwege met kritisch oog en mondgeklak zullen anschauen. En ik wou dat dat genoeg kon zijn om wat rudimentaire kledingsgewoonten aan te leren, maar het mag niet zijn.
Wat echter niet wegneemt dat ik het wel zou willen, zo smaak hebben en zo. En weten welke kleurten er bij u staan en welke niet. En of ik eigentlik wel benen heb voor botten te dragen of niet. En of ik diepe decolletés moeten dragen of juist niet. Of fladderkleren om te verdoezelen wat ik te veel of te weinig heb. Of dat iedereen mijn fluogroene trui wel zo schoon vindt als ikzelve. Of dat kanten onderbroeken weer in zijn of niet. Of dat dat opvalt, dat gat zo vanachter in mijn lievelingsbroek? Of dat het al lang passé is om daar zo’n dingske op te naaien? Of het mijn gekoesterde linnen echt voor veertigers is? Kortom, the worst person ever op vestioneel gebied ben ik wel. En het feit dat ik dan ook geen merkbare kleerveranderingevolutie zie op foto’s van het zesde middelbaar tot nu is hier het zeer pijnlijke bewijs van. *insert aaargh!*
het rode potlood
juni 10, 2007
Wat een potlood niet lijden kan. Zeker bij de onzekere kiezer die in het kieshokje nog helemaal niet weet waarvoor te stemmen, en het bovenste stukje er van beet (het mijne!). Of van die zweetpollekes van handen die god-weet-waar gezeten hebben. Of dat het er zelf helemaal niet aan te pas komt: getuige de man die achter ons zijn kiesformulier kreeg en het mooi in twee scheurde en in de boxen stopte. Maar nieuw dit jaar waren toch de geplastificeerde papiertjes: ‘Het potlood niet nat maken aub’, overal.
Gelieve u dus te onthouden van er op te plassen, er op te speken, of overvloedig te zweten, waarvoor dank.
(‘t was overigens erg mooi geslepen)
Verplichting paralyseert
juni 6, 2007
- Gekonfronteerd worden met kursussen die nog getiept zijn (op wellicht van dat vergeeld papier) met een tweedehands tiepmachine en vol staan van archaïsche Nederlandsche taal en spellingswijzen. Kommunisme en konteksten, af en toe eens emansipatorisch.
- Waar dan nog eens ’sukses’ bijgewenst wordt
- Hopen dt-fauten.
- Nota’s die per lesuur van doenbaar naar onleesbaar geschreven gaan. (Onnozelaar jong, wat een structuur, wat een orde!)
- Veel eigen krabbelingen en tekeningskes, tornado’s en bloemekes, en koffievlekken, en bladzijden die wegens in tas gepropt met een gesmolten stuk Turks Fruit (wat we kregen op een KULeuven-receptie, en slecht dat dat is) aan elkaar geplakt zijn. Maar gelukkig niet zoals vorig jaar een geplette banaan en stinkend bruine gerimpelde blaadjes.
- Blij zijn bijna klaar te zijn en opeens zien dat ge nog 30 (!) blz vergeten leren zijt – wegens overslaan, wegens geen zin.
- Ook pijnlijke confrontatie met uw slechte gewoonte om nooit de laatste drie bladzijden van een ellenlang Engels of Frans artikel te lezen. dat lukt gewoon niet meer. als het einde in zicht is en de laatste loodjes ‘t zwaarst wegen en, en.. Nooit.
Het moge duidelijk zijn: bloktijden alhier.