Leonard
mei 31, 2006
Ge hebt zo van die mannen die gezegend zijn met een diepe, rauwe, sexy stem. En die sexy liedjes kunnen zingen. (Waarom vind ik dit sexy? Ik vind dit sexy!). En hoewel Leonard Cohen niet in de buurt komt van Elvis Costello als deze ‘I want you’ zingt, wil ik gerust wel trouwen met de eerste vènt die dit liedje onder mijn raam op zijn gitaar komt tokkelen…
Doelen in’t leven
mei 30, 2006
Gisteren was het ‘lotgenoten’ op één, met Jantje van Rompuy. Nu ik minstens twee weken buiten strijd ben heb ik tijd om naar TV te kijken he. Nu heb ik nooit erg veel van die man moeten weten – hij liet mensen nooit uitspreken in Schermen enal – maar sinds gisteren heb ik respect voor Jan.
R E S P E C T (+ speekmedaille). Jan moest observeren in een balletschool – één of andere belangrijke in Antwerpen – en een correcte karakterschets van vier 18-jarigen proberen maken. Gewapend met bic en notitieboekje zat hij daar maar, zijn eerste observatie, niet wetend wat geschreven en waar gekeken. Waarna hij naar het kot van één van die meiskes ging en daar compleet niet op zijn gemak zat. Dat deed mij ergens denken aan mijn studierichting. Wij worden ook verondersteld om zaken te observeren en te analyseren, worden daarbij ook in vreemde omgevingen gedropt, niet wetend waar te beginnen en moederziel alleen en verloren. Maar bij ons staat dat op punten. Alleen dat feit al maakte hem sympathiek: Jan is ook maar een mens, weet u wel. En hij deed dat goed. Leve Jan.
En dan dat dansen, ah mijn hartje deed pijn. Ik vind dat zo schoon he. Ik was ook graag zo geworden. Niet dat ik zelf denk dat de danswereld een enorm groot talent aan mij verloren heeft, maar als ik had gewild he mannen, dan stond ik daar ook! Want zoals juffrouw Juanita steevast in mijn rapportjes schreef ‘K. heeft heel veel in petto’ (ze steekt alleen haar gat naar achteren). En ik kan klassiek ballet en buikdansen en Afrikaans dansen en volksdansen enal. Een beetje toch.
Nee serieus, ik heb echt gigantisch veel bewondering voor van die 17- of 18-jarige ‘ukkies’ (wat ik toch was op die leeftijd – en nog steeds , no doubt) die ergens voor gaan : uren repeteren, pijnen trotseren en niet klagen als er eens wat tegenvalt. En dan gewoonweg nadat ze hun einddiploma krijgen een jaar naar Korea of Polen trekken om daar te dansen in een gezelschap. Allez, die weten gewoon wat ze willen jong!
R E S P E C T (+ speekmedaille).
Ik heb bovendien eigenlijk gewoon een enorme bewondering voor alle mensen die iets doen dat te maken heeft met Kunst. Schilderen, beeldhouwen, dansen, muziek, whatever. Ik wil dat ook. Nu ben ik bijna eenentwintig en hey, waar sta ik? Ik studeer en weet niet wat ik er mee ben, sportief ben ik al lang niet meer, ik speel een instrument waar ge alleen maar in een symfonisch orkest mee terecht kunt, en al wat ik vroeger wou doen of wou worden, daar vind ik mij al te oud voor. Ik moet doelen stellen in mijn leven. Doelen, zeg ik u.
…
mei 26, 2006
Rodin for dummies
mei 23, 2006
Parapluts zijn fijn
mei 22, 2006
Een treinreis richting Leuven is meestal een combinatie van “Kilometers spoor schieten onder mij door, ik ben op weg naar jou want ik ben weg van jou” en “hij gluurt , hij gluurt, een uur heeft het geduurd, zijn blik die steeds weerspiegelt in de ruit”. Alas, gisteren van dat alles geen last gehad. De trein is fijn!!! – en altijd een beetje reizen. De zon scheen laag op de velden, waardoor al het groen een felle gloed kreeg en nog mooier groen leek dan anders. Dat in combinatie met een grijze en regenzwangere lucht en het passeren van oude half-vervallen stationnetjes in al bijna even vervallen boeregaten, en hey, je reis kan niet meer stuk. In de verte zag ik al een regenbui hangen. Gaandeweg werd de lucht effectief steeds grijzer. In de verte kleurden de wolken zwart. ‘Ha, regen!’ dacht ik. ‘Verse regen!’…waarna regendruppels zo groot als bolketten tegen de ramen opbotsten. Op zo’n moment zou je ‘t liefst je raampje opendraaien, je hoofd en haren in de wind laten hangen en keihard ‘Wihaaaaaa’ schreeuwen terwijl je de geur van diezelfde verse regen opsnuift. Regennevels stegen uit de weiden op. En ondertussen passeerden we Wetteren, Schellebelle, Buggenhout,… . Het licht maakte plaats voor het donker en vijf minuten later reed de trein uit het grijs het zwart in. ‘Ha, onweer!’ dacht ik, ‘een goed onweer!’. Ik heb dat graag. Knallen en bliksems, superharde windstoten en hoe harder de regen naar beneden klettert , hoe beter.
Langzaam reed de trein het station van Leuven binnen. Het onweer was nog steeds in volle hevigheid bezig. Hopen studenten sprongen met een gazetje boven het hoofd de trein uit. Onderwijl als een kind door plassen springend liep ik richting trap. Het regende doorheen de plastieken golfplaten heen - wat de trappen in levensgevaarlijke glijbanen veranderde. Tussen mensen met nat-haar- of ik-heb-een-hond-thuis-geur in liep ik richting uitgang station. Naturellement hadden wel meerdere mensen dat idee. De haastigen liepen dan ook tegen de wachtenden op. Even twijfelde ik om net als zovele anderen ook nog wat te schuilen – waarna ik mijn vuist in mijn zak balde en ‘door de wind, door de regen, dwars door alles heen’ dacht, ondertussen met één hand mijn broek oprollend en met de andere mijn zak door de mensenzee heen loodsend. ‘Nu!’, riep een innerlijk stemmetje, waarna ik het met mijn would-be-bottien adidasschoentjes op een lopen zette. Jas over hoofd getrokken liep ik doorheen de Bondgenotenlaan – zingend dat ik een ‘coward without courage’ was. Tot opeens een jongeman met een uitgelaten ‘hellooww!’ naast me opdoemde. Vanuit m’n ooghoeken bekeek ik hem – herkende hem niet - en met een vragende wenkbrauw en een pretty snauwende ‘ken ik u van ergens?’ wou ik hem van mijn “singing in the rain” weghouden. “Neen.. maar ik heb een paraplu” was zijn antwoord. Aldus is K. – met uitzondering van de schoenen en de valies – betrekkelijk droog thuisgeraakt. Applaus voor de jongens met paraplu’s . Applaus!
En dan heb ik mijn kamer gestofzuigd en gedweild – een mens wil immers een beetje proper zitten tijdens zijnen blok he.
nen ond
mei 19, 2006
De buurjongen wants to fuck a dog in the ass.
En dat al een uur lang.
*zucht*
You think I’m Hot!
mei 17, 2006
Moede nu wat weten? Der is een presentator van Ketnet schuldig bevonden aan het afhalen van kinderporno van tinternet. En daarna keek hij daarnaar hé! De viezerik. Hij kwam in april samen met Heidi Lenaerts van StuBru over naar Ketnet alwaar zij samen een programmaake presenteerden. Allez, dat kan toch niet zijn hé! Heidi voldeed waarschijnlijk niet aan zijn voorkeuren - hoewel dat toch wel een groot klein kind is, vind ik hé!
:)
mei 16, 2006
Het was reeds lang geleden, maar gisterenavond was het weer zover. Eens te meer werd - aldus de aanwezigen - bewezen dat ik geen humor heb (al vind ik dat zij zich hierin geheel vergissen, naturellement). En dat was toch wel relatief gênant. Met z’n allen rond de tafel, waren we na enkele uurtjes pintelieren aangekomen bij een rondje ‘flauwe-lollen-vertellen’. En guess, daar ben ik zelfverklaarde kampioen in..
Rondje 1:
Wat is het mannelijke van soep?? (stilte).
Ik (triomfantelijk): Soep….. met ballekes!!
Evaluatie: Deze viel best nog te pruimen. Lachgeluiden gingen bij 1/4 met diepe uithalen en buikschokken gepaard. 2/4 repliceerden met een welgemeende ‘haha’ (vanuit de buik jong!). De overigen glimlachten en snoven ne keer.
Rondje 2:
‘Hé!!! Der zit iets in uw oor!!’ (waarop aangesprokene eens voelt).
Ik (triomfantelijker) “uwe vinger!!!”
Evaluatie: 1/4 (aangesprokene): ‘How jom, K.!’, 2/4: ‘thahaha (minder vanuit de buik maar toch nog een beetje oprecht.). 1/4 ‘Wat heb ik gemist?’
Rondje 3:
‘t Is groen en ‘t heeft veel leute?
(stilte)
XXX
Evaluatie: 4/4: ‘Ik versta hem niet..’ Mind it - ze komen uit Vlaams-Brabant, Antwerpen en Limburg.
Raadt u maar eens..
(Caramellen moeten zich onthouden van enig commentaar)
Roos
mei 15, 2006
Ik kan er niets aan doen. Telkens ik dit hoor moet ik een beetje wenen.
Ik heb vanochtend een beetje moeten wenen.
Dichtje
mei 13, 2006
Ik zou hier een ganse boom kunnen opzetten over de latente onverdraagzaamheid in ons Belgenlandje - ware het niet dat een gedicht soms meer kan zeggen dan een lange monoloog van mijnentwege..
Verzet begint niet met grote woorden
maar met kleine daden
zoals storm met zacht geritsel in de tuin
of de kat die de kolder in z’n kop krijgt
zoals brede rivieren
met een kleine bron
verscholen in het woud
zoals een vuurzee
met dezelfde lucifer
die de sigaret aansteekt
zoals liefde met een blik
een aanraking, iets dat je opvalt in een stem
jezelf een vraag stellen
daarmee begint verzet
en dan die vraag aan een ander stellen

